Religie en het concrete bestaan

Karen Armstrong heeft nog niet zo lang geleden een boek gepubliceerd getiteld Fields of Blood. Daarin behandelt zij de relatie tussen religie en geweld. Vandaar de ondertitel: History of Violence. In haar boek wijst zij er op dat religie in andere culturen en andere tijden te maken had én heeft met het hele leven, individueel en sociaal. In onze westerse samenleving is dat thans, als een uitzondering, heel anders geworden. Religie is bij ons bijna geheel geprivatiseerd en is dan ook nog maar voor een klein gedeelte verbonden met ons concrete bestaan. Ik zeg met opzet ‘bijna’, want er zijn nog altijd heel wat mensen lid van een kerk, waar zij hun geloof met anderen delen. Trouwens onze vereniging Vrijzinnigen Nederland heette nog niet zo lang geleden Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB. Men ging er dus van uit dat men een gemeenschappelijk geloof met elkaar deelde. Deze opvatting is echter achterhaald. Van een gemeenschappelijk geloof van allen binnen onze vereniging is geen sprake meer. Maar wat wij allen met elkaar wel delen is het zoeken naar antwoorden op onze levensvragen. Niet alleen in onze kringen, ook elders is er sprake van grote veranderingen. Men ziet dat bij voorbeeld bij de onlangs overleden Prof. Dr. H.M. Kuitert. Je ziet dat hij gedurende zijn leven steeds meer van de hem in zijn jeugd en studietijd bijgebrachte dogmatische zekerheden heeft laten vallen. Hij onderkende dat de Bijbel niet Gods woord is, maar mensenwoord. Hij zag in dat alles wat over ‘boven’ wordt gezegd door ‘beneden’ wordt beweerd. Het werd hem duidelijk dat theologie geen wetenschap is. God is nl. geen voorwerp van wetenschappelijk onderzoek. En de kerk zag hij als een constructiefout. De kerk beweert nl. dat zij een van God gegeven boodschap heeft die zij in de wereld moet uitdragen. Daardoor wordt de voorstelling gewekt van een kerk die tegenover de wereld zou staan. Maar, zegt Kuitert, dat beeld klopt niet. De kerk is deel van de samenleving. En die samenleving kan het best stellen zonder de kerk.

 

Als je de bevindingen van Kuitert overziet lijkt het Christendom, om ons daartoe te beperken, te worden teruggebracht tot een product van de menselijke fantasie, niets meer en niets minder.

Is er overigens werkelijk nog een plaats voor religie? Kuitert keerde zich tegen alle geloofsdwang. En daarmee kun je het alleen maar eens zijn. Van betekenis is alleen datgene wat voor iemand overtuigend en geloofwaardig is. Wat kan dat zijn? Veel mensen kunnen verwondering opbrengen met betrekking tot het bestaan van al wat er is en de wijze waarop heel de werkelijkheid in elkaar zit. Men drukt die verwondering uit door te spreken over het Zijnsmysterie of de Dieptedimensie van de werkelijkheid. En men kan daar ook nog allerlei andere woorden voor gebruiken. Maar hoe je het noemt, het bestaan van al wat er is roept bij velen een besef van verwondering op. Tegelijk is het wel duidelijk dat de natuur geen ethiek kent. Het gaat goeden vaak slecht en slechten goed. Ethiek komt pas tot ontwikkeling bij de mens. En voor de mens is ethiek van grote betekenis. Het is begrijpelijk dat men in het verleden God ging zien als een volmaakt wezen. Daarbij zou ook volstrekt ethisch passen. Maar het vele kwaad en zinloos lijden in de wereld worden niet door God tegengegaan. Het traditionele Godsbeeld is daarom ongeloofwaardig gebleken.

Bij de ervaringen in ons concrete bestaan passen wel de gedachten dat alle bestaan zijn grond vindt in het Zijnsmysterie en dat de grond voor het menselijk bestaan in de ethiek ligt. Deze twee zaken passen bij ons concrete bestaan en kunnen niet als een product van onze fantasie worden afgedaan.