Religieus besef en hoe nu verder?

In de afdeling Zeist van de Vrijzinnigen Nederland is voor het seizoen 2015-2016 het jaarthema Hoe bestaat het! gekozen. In onze kringen spreekt men eerder over het Zijnsmysterie of de Dieptedimensie der werkelijkheid dan over God.

Verwondering over al wat bestaat leidt tot religieus besef. Al wat bestaat, al het zijnde, doet ons beseffen dat alles zijn grond vindt in een Mysterie dat als zodanig niet kan worden doorgrond.

Verwondering over al het bestaande is van alle tijden. Religieus besef blijkt echter steeds de basis waarop een heel bouwwerk, een religie, wordt opgetrokken. Men ziet nu dat men daarbij uitgaat van allerlei openbaringen.

Het Jodendom is gebaseerd op de openbaring van Jhwh aan Mozes, die de tora, de leefregels voor zijn volk ontving. Het Joodse volk is het volk van het Verbond met Jhwh. Het is uitverkoren om de specifieke leefregels van de tora in praktijk te brengen.

Het Christendom gaat uit van de openbaring van God in Jezus Christus.

De Islam vindt het uitgangspunt in de openbaringen van Allah, aan Mohammed gegeven. In het Hindoeïsme wordt aangenomen dat wijzen uit een ver verleden, de rishi’s, diepe inzichten hebben ontvangen.

In het Boeddhisme gaat het echter om de Verlichting die de mens bereiken kan als hij in harmonie met zijn omgeving verkeert en vervolgens alle negatieve en positieve gehechtheid aan al wat betrekkelijk is, is kwijt geraakt. Dat is een inzicht dat enige overeenkomst bezit met de opvatting van Spinoza. Ook hij zag in dat het hoogste goed niet moet worden gezocht in rijkdom, macht of wellust. Dat inzicht maakte het hem mogelijk tot intuïtieve kennis te geraken, welke kennis hem deed beseffen deel uit te maken van de ene en enige werkelijkheid: God dan wel de Natuur.

Wie de verschillende Godsopenbaringen beziet, met al hun onderlinge verschillen, zal zich afvragen: hoe is het mogelijk dat de ene God zich zo verschillend heeft doen kennen? De gelovigen beweren immers dat ‘boven’, om de terminologie van prof. H.M. Kuitert te gebruiken, tot zijn profeten heeft gesproken.

Maar wie realistisch denkt beseft dat ‘boven’ nooit iets zegt. Het is altijd ‘beneden’ dat iets beweert o.a. dat het zgn. ‘boven’ heeft gesproken.

Religie berust in feite op menselijke verbeelding, maar is daarom nog niet zonder betekenis. Het gaat om de vraag: wat is de waarde van wat de religies te berde brengen? In het Oude Testament richtten de profeten zich vaak tegen maatschappelijk onrecht. Hun woorden hebben een blijvende betekenis.

Maar het is vooral de wijsheidsliteratuur die blijft boeien. In het boek Job gaat het om de eeuwig terugkerende vraag: wat is de zin van het lijden?

En in het boek Prediker, met zijn magistrale inleiding, gaat het om de vraag van alle tijden naar de zin van het bestaan. Vgl. Midas Dekkers: wat doe ik hier in Godsnaam? Ook veel teksten van het Nieuwe Testament blijven van betekenis. Daar zijn de verhalen over Jezus en de gelijkenissen. En er is nog veel meer te noemen. Het is dus zeker niet wijs om de bijbel terzijde te leggen. Zo is er uiteraard ook in alle andere religies veel waardevols te vinden.

Als wij echter de bijbel niet meer zien als Gods woord, of Gods woord in mensenwoord, wordt zij eigenlijk nog waardevoller. Het gaat nu om woorden van en voor mensen, en dat brengt die oude teksten dichter bij ons.

Het is onmiskenbaar zo dat mensen op grond van hun geloof niet alleen goede maar ook de meest verschrikkelijke dingen hebben gedaan en nog doen. Een paar eeuwen terug kende de Christelijke wereld de meest gruwelijke godsdienstoorlogen, gebaseerd op geloofsopvattingen. In onze tijd zie je datzelfde in de wereld van de moslims. Hier wreekt zich o.a. dat de Islam eeuwenlang is blijven stilstaan en daardoor thans een achterlijke religie is.

Wij mogen dankbaar zijn voor de Verlichting die ons zelfstandig heeft leren na te denken. Juist in deze tijd moet men daarom beseffen dat onze samenleving weliswaar multicultureel is, maar dat onze cultuur westers is. Dit houdt in dat zij met name op een Joods, Christelijk en Grieks fundament is gebouwd. Zij is het die ook het ideaal van geestelijke vrijheid en mondigheid heeft ontwikkeld.

Actueel is en blijft het motto van de Verlichting: heb de moed om zelfstandig na te denken.