Survival en actualiteit

Het is een merkwaardig verschijnsel, maar nog steeds dragen bepaalde dagen van de week en enige maanden namen van zogeheten heidense goden. Zo herinneren woensdag en donderdag aan Wodan en Donar. Januari heet zo omdat het de maand is van de Romeinse god Janus. Mars, oorspronkelijk de eerste maand van de Romeinen is genoemd naar de god Mars. En juli heet zo omdat deze maand herinnert aan Julius Ceasar. Dat alles ondanks het feit dat het westen al eeuwen geleden christelijk is geworden. Zo zijn er ook nog tal van gebruiken uit vroeger tijden die tot folklore worden gerekend. Het gaat om oude gebruiken, vaak vruchtbaarheidsriten die men nog steeds toepast, ofschoon de oorspronkelijke betekenis ervan is vergeten. Men spreekt hier van survivals, overblijfselen van een vroegere cultuurfase. De indeling van ons jaar noemen we het kerkelijk jaar. Daar behoren de grote feestdagen Kerstmis, Pasen en Pinksteren toe. Veel mensen hebben nog weet van de religieuze betekenis van Kerstmis, maar van Pasen en Pinksteren weet men vaak niet veel meer. Bij Pasen denkt men misschien alleen nog aan de Paashaas en eieren. Het kerkelijk jaar met zijn feestdagen is langzamerhand ook een survival aan het worden.

Het Christendom is gebaseerd op het geloof in de betekenis van Jezus. In de traditionele vormen van het Christendom wordt uitgegaan van de voorstelling dat God mens geworden is in Jezus. Als men dit als vrijzinnige overdenkt kan men dit symbolisch zien en zeggen dat hiermee bedoeld wordt dat het menszijn een dieptedimensie bezit. Deze openbaart zich in een levenswijze die door liefde wordt bepaald. Dat is de Christelijke visie.

Het is interessant dat in het Christendom een gedachte is ontstaan dat Christus vóór alle tijden bij God verkeerde om later in Jezus menselijke gestalte aan te nemen. In de Islam vindt men ook zo’n voorstelling. Maar deze heeft betrekking op de Koran Er zou een eeuwige Koran bij God bestaan. In de Islam gelooft men dat God zich heeft geopenbaard in de Arabische tekst van de Koran. Deze is dus niet werkelijk te vertalen. En historisch-kritisch Koranonderzoek is niet mogelijk. Overeenkomsten met de joodse en Christelijke Bijbel vormen getuigenis van de waarheid die Joden en Christenen hebben bewaard, terwijl afwijkingen op het tegendeel wijzen. De Koran bevat de enige waarheid volgens de moslim die aan alle volken ooit is geopenbaard, maar bij de meeste daarvan is vergeten. Historisch onderzoek is in het Christendom niet alleen gewijd aan de Bijbel en de dogma-geschiedenis, maar ook aan Jezus.

Albert Schweitzer heeft aangetoond dat op grond van de gegevens over Jezus er geen biografie over hem kan worden geschreven. Wel is het mogelijk Jezus te plaatsen in zijn tijd. Jezus verwachtte, net als veel andere Joden uit zijn tijd, dat de nieuwe bedeling, het Godsrijk, spoedig zou komen. In Mattheüs 10 zendt hij zijn leerlingen uit en zegt hen niet meer terug te zullen zien voordat de Messias is gekomen. Jezus en zijn tijdgenoten hebben zich vergist. Het Godsrijk is niet gekomen. Schweitzer stelt nuchter vast: het geloof van Jezus kunnen wij niet meer delen, maar de inspiratie die van hem uitging als iemand die zich inzette voor de komst van het Godsrijk, zoals hij dat zag, is gebleven. Schweitzer zag het zo dat wij moeten doen wat Jezus zou hebben moeten doen als hij nu leefde. Dat is niet langer de inzet voor een bovennatuurlijk Godsrijk, maar voor een meer humane samenleving.

Waar moslims zich bezig houden met de vervulling van de sharia, daar wil de christen Jezus navolgen. Daar ligt een belangrijk verschil tussen Christendom en Islam. Zo verstaan is het Christendom nog allerminst een te verwaarlozen survival, maar alleszins actueel.