Mr.drs. Johan de Wit

Mr. drs. Johan de Wit is onze voorganger. Hij is in Leiden en in Kampen opgeleid tot jurist en theoloog. Naar eigen zeggen heeft hij zijn theologische studie ervaren als een heel uitgebreide cursus algemene ontwikkeling.

 

De verbeelding waartoe de menselijke geest in staat is, blijft hem verwonderen en vanuit die verwondering spoort hij ons aan tot zelfonderzoek.

Alles begint en eindigt bij het kennen van jezelf en wat ons is overgeleverd uit de oude boeken en met name de leringen en uitspraken van Jezus helpen ons daarbij. Door het filter van de man uit Nazareth kunnen wij de wereld anders zien dan wij gewend zijn en dat is, aldus Johan de Wit, het grote geheim van religieus zijn.

 

De vrijzinnigheid is voor hem de enige geloofsrichting waarin het raadsel van de verhouding tussen God en mens en ons bestaan in deze wereld op een aanvaardbare en voorstelbare manier ter sprake gebracht wordt.


Overdenkingen:
overdenking (de zondebok)
15 oktober 2017
overdenking bij het tiende gebod
17 september 2017
vrijheid
03 september 2017
overdenking Pinksteren
04 juni 2017
Meimaand Mariamaand
14 mei 2017
Overdenking Pasen 2017
16 april 2017
Blijf niet staren op wat vroeger was
19 maart 2017
overdenking nut van religie
19 februari 2017
overdenking kerst
25 december 2016
Beloften
11 december 2016
De roeping van Mozes
20 november 2016
Licht
16 oktober 2016
De ongrijpbaarheid van de liefde
18 september 2016
Schuld en schaamte
03 juli 2016
Angst
19 juni 2016
Pinksterpreek
15 mei 2016
Paaspreek
27 maart 2016
De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan
21 februari 2016
Het vijfde gebod
17 januari 2016
Kerstpreek 2015
25 december 2015
Menselijk tegenover
21 juni 2015
De trooster, heilige geest
17 mei 2015
Macht
15 maart 2015
Grondhoudingen van het koninkrijk
15 februari 2015
Kerstpreek 2014
25 december 2014
Richteren11: 29-35
16 november 2014
Correcties van de ziel
19 oktober 2014
Lazarus
21 september 2014
Licht
18 mei 2014
Paaspreek 2014
20 april 2014
De heilige geest
16 maart 2014
De bruiloft te Kana
16 februari 2014
De verloren zoon
19 januari 2014
Identiteit
17 november 2013
Eerbied voor de schepping
20 oktober 2013
Onze schaduw
15 september 2013
De ander
16 juni 2013
Pinksterpreek
19 mei 2013
Luchtfietserij
21 april 2013
Paaspreek 2013
31 maart 2013
Het koninkrijk van Jezus
17 maart 2013
Bildung
17 februari 2013
Wetenschap en wijsheid
27 januari 2013
kerstpreek 2012
25 december 2012
Wat blijft en voorbijgaat
18 november 2012
Geest
21 oktober 2012
Religie
16 september 2012
Verlangen naar eenheid
17 juni 2012
Het buitenissige
20 mei 2012
De kunst van het liefhebben
18 maart 2012
Verwachtingen
19 februari 2012
Idealisme
29 januari 2012
kerstpreek 2011
24 december 2011
Mens en tijd
20 november 2011
Vrijzinnigheid
16 oktober 2011
Wat beweegt ons?
04 september 2011
Het verlangen naar macht
15 mei 2011
Het verlangen naar macht
17 april 2011
Religie en wetenschap
20 maart 2011
Beeldvorming
20 februari 2011
De grenzen van het ego
23 januari 2011
Kerstpreek 2010
25 december 2010
Richting zoeken
27 november 2010
Metamorfosen
21 november 2010
Het goede leven
19 september 2010
Het 7e zegel
20 juni 2010
Hoeders
18 april 2010
Het onzichtbare christendom
21 maart 2010
Mozes
21 februari 2010
Simson
17 januari 2010
De Christus
15 november 2009
Hebben en zijn
18 oktober 2009
Een eigen weg
06 september 2009
Bevrijding door liefde
05 juli 2009
De verborgen Jezus
21 juni 2009
Leven in verhalen
17 mei 2009
Betekenis van het Evangelie
19 april 2009
De ander
15 maart 2009
Geest van de waarheid
15 februari 2009
God als geheim in ons leven
25 januari 2009
Kerstpreek 2008
25 december 2008
Verzet en overgave
21 december 2008
Tien geboden
16 november 2008
Relatie mens/natuur
19 oktober 2008
Het mysterie mens
21 september 2008
De geest
18 mei 2008
Liefde als leidraad
20 april 2008
Symbolen
13 april 2008
Exodus
30 december 2007
De 2e kant van de mens
16 december 2007
Geloven in de toekomst
09 december 2007
Natuur
02 december 2007
Trouw aan jezelf
26 november 2007
Projectie
19 november 2007
Geloof, hoop en liefde
12 november 2007
Vergeving
05 november 2007
Het leven als geschenk
28 oktober 2007
Ziel en geest
21 oktober 2007
Hoop
14 oktober 2007
Onderweg
07 oktober 2007
Martha en Maria
30 september 2007

Het mysterie mens

Kern
Het Evangelie geeft ons een andere God dan de god uit het Oude Testament en verwante teksten. De God van Jezus spreekt geen recht, hij stelt ons niet terecht, maar hij richt ons op.

En de bedoeling daarvan is niet om een nieuwe geloofsleer met een eigen theologie of dogmatiek te stichten, maar om ons leven te veranderen.

In het Evangelie is geen belangstelling voor de geloofsrichting van een mens, zijn afkomst of zijn maatschappelijke positie. Er is alleen aandacht voor de mens als drager van het onuitputtelijke en wonderlijke geheim dat leven heet en het wil onze ziel met het geheim daarvan in contact brengen.

Wie het Evangelie letterlijk neemt, blijft steken in de vraag wat het toch allemaal mag betekenen. Wie naar de dieperliggende betekenis zoekt, komt dichterbij de opdracht van dat Evangelie: zoek je zelf en ontdek wat dat jou te zeggen heeft.

 

Volledige tekst
Wij hebben als mensen de neiging om alles wat er in ons leven voorvalt te verklaren vanuit onze eigen begrippenwereld. Als het voorval in die begrippenwereld past, dan zeggen wij dat we het begrijpen. Een illustratie daarvan kwam ik onlangs tegen in een aardig verhaaltje over roodborstjes en wilde zwijnen.

Drie roodborstjes zaten ergens op de Veluwe onder het struikgewas en waren tegen elkaar aan het kwetteren. Ze hadden het over het mysterie van de wilde zwijnen, want sinds onheugelijke tijden vragen roodborstjes zich al af waarom wilde zwijnen zelf de heerlijke torretjes en maden niet opeten als ze de grond hebben omgewoeld, maar dat ze die overlaten voor de roodborstjes.

Een roodborstje zei: dat is pure liefde, dat geven ze aan ons. En één keer per week zong het met zijn vrienden liedjes van dankbaarheid.

Maar het tweede roodborstje zei: de wilde zwijnen eten ze niet op omdat ze dom zijn. En waarom zouden we ze wijzer maken dan ze zijn? Zij missen niks en wij genieten ervan. En eens per week oefende hij met zijn vriendjes in zwijgen, zodat ze nooit hun mond voorbij zouden praten.

Het derde roodborstje had een andere visie. Hij zei: wilde zwijnen zijn vergeten dat maden en torretjes zo lekker zijn. het is onze taak en onze plicht om ze op te voeden zodat ze hun verloren kennis weer herkrijgen. En elke week kwam dit roodborstje met zijn vrienden bij elkaar om de wilde zwijnen aan te moedigen tot het eten van maden en torretjes.

Plotseling kwam een vierde roodborstje aangevlogen. Het zag er wat verward en verwilderd uit, en hij vertelde dat hij zojuist bijna door een wild zwijn was vertrapt, toen hij torretjes en maden aan het eten was.

En het eerste roodborstje zei: je bent vast niet dankbaar genoeg geweest, anders had dit nooit kunnen gebeuren.

Het tweede zei: zie je wel hoe dom ze zijn. Je moet wel heel weinig verstand hebben als je zoiets doet.

En het derde vogeltje zei ernstig: we moeten onmiddellijk het heropvoedingsprogramma strenger maken want dit mag nooit meer gebeuren.

 

Toen kwam er nog een roodborstje aan. het zag het ontredderde roodborstje, ging naast hem zitten en floot een troostend liedje voor hem. Hiervan knapte het verdrietige roodborstje helemaal op en op het laatst zong het vrolijk mee. Toen het liedje uit was zei het laatste roodborstje gedag en ging er weer vandoor. Het vierde roodborstje vertrok ook, maar de drie andere roodborstjes merkten het niet: ze maakten nog steeds ruzie over wie er nu eigenlijk gelijk had.

 

In gevestigde godsdiensten tref je stellingen en uitgangspunten aan die veel lijken op de overtuigingen van de drie roodborstjes. Die overtuigingen worden aan anderen meegedeeld, maar ze raken de kern niet. Het vijfde roodborstje uit het verhaal was , anders dan de drie roodborstjes die hun gelijk bevestig wilden zien, geraakt door het verdriet van het vierde roodborstje en vanuit de bewogenheid van zijn hart beleefde hij dat mee en verwerkte het in een lied. Het ontfermde zich over het voortgejaagde en verwarde roodborstje.

Dat, zou je kunnen zeggen, is het verschil tussen godsdienstig en een religieus mens: een godsdienstig mens richt zich op waarheden die je opgedrongen worden, een religieus mens houdt zich bezig met wat er in je hart gebeurt en hij probeert zich van daaruit te bewegen naar de ander waardoor – misschien - een proces van heling en vertroosting tot stand komt.

Uit archeologische vondsten en oeroude verhalen krijgen we een beeld van de manier waarop godsdiensten zich mogelijk hebben ontwikkeld. Primitieve jagersvolken uit lang vervlogen tijden maakten kennis met vreemde dieren en wezens als de sabeltandtijger, de mammoet en ook minder indrukwekkende vertegenwoordigers van het dierenrijk. Het waren bronnen van voedsel en van gevaar en het menselijke probleem van die primitieven moet zijn geweest om in hun psyche een basis te vinden voor het delen van hun leven met deze wezens in de wildernis.

In hun onderbewustzijn moeten ze zich hebben geïdentificeerd met deze dierlijke natuurvormen als dragers van een mysterie, een goddelijk geheim en dat manifesteerde zich in hun bewustzijn door het scheppen van mythologische figuren die halfmenselijk en halfdierlijk waren. De dieren werden leermeesters van de mensheid en door imitatie kon het menselijk ego zich verzoenen met het leven brengende en schrikwekkende van de wezens die hun aarde bevolkten en gaf dit samenhang aan de organisatie van het stamverband. Niemand weet het zeker, maar ik zou me kunnen voorstellen dat het zo ongeveer moet zijn gegaan.

 

Stammen die zich voedden met planten identificeerden zich met de plant; de cyclus van het planten en het oogsten werden vereenzelvigd met die van de menselijke voortplanting, de geboorte en het groeien naar volwassenheid. En de volgende stap in die ontwikkeling is de controle van de mens over de wereld van de planten en de dieren. De verwondering over de natuur om hem heen als drager van een goddelijke constellatie waaraan de mens zijn betekenis ontleende slonk en verplaatste zich naar een ander terrein: de hemel. In de godsdiensten van Mesopotamië en Babylon reikt de priester naar de hemel en hij voert het spel op van de heilige maanvrouw, de ontzagwekkende zonnekoning en hij ontwerpt de symbolische feesten waarin de omwenteling van de planeten en de op- en neergang van de maan en de zon hun plaats hier op het ondermaanse krijgen.

 

Die mysteriën hebben hun magische kracht verloren. De westerse wetenschap heeft het dieren- en het plantenrijk verklaard en laten zien door welke mechanische wetten de natuur wordt beheerst. De oude astrologie leeft hier en daar nog voort, maar de banen van de hemellichamen, de verschijningen en het verdwijnen van de sterren aan de hemel, zij blijken aan een vaste ordening onderworpen.

Er valt nog veel te ontdekken, maar de betovering van dat alles is verdwenen en komt niet meer tot ons door de sjamaan, de medicijnman en de totems van onze voorouders.

 

Niet de dierenwereld, niet de plantenwereld en niet het wonder van de sferen, maar de mens zelf is nu het ondoorgrondelijk geheim en het Evangelie neemt op die verwondering over onszelf als mensen een voorschot.

De Evangeliën bedienen zich van de mythische vorm, maar de inhoud van die mythe is geheel verschillend met wat de mythen de mensen voordien vertelden over goden en mensen. Anders dan de antieke oude mythen verwijst het Evangelie naar het vinden van een menselijke existentie die opgewassen is tegen het verlies aan sociale ordening waardoor mensen geknecht en gevangen raken tot in het diepst van hun ziel.

 

In het filter van Jezus van Nazareth geeft het Evangelie ons een andere God dan de god uit het Oude Testament en verwante mythologieën. De God van Jezus spreekt geen recht, hij stelt ons niet terecht, maar hij richt ons op.

En de bedoeling daarvan is niet om een nieuwe geloofsleer met een eigen theologie of dogmatiek te stichten, maar om ons leven te veranderen.

Angst moet plaatsmaken voor vertrouwen, agressie moet veranderen in begrip, geweld moet zich aan het beginsel van vrede onderworpen maken.

In het Evangelie bestaan geen kwaadwillige mensen die je met wetten en straffen moet bejegenen. De mensen tot wie Jezus zich richt, de mensen die hem met ontferming bewegen, dat zijn de verlorenen, de verdwaalden, angstige en wanhopige mensen die uit de gevangenis moeten worden bevrijd die zij voor zichzelf gebouwd hebben. Het zijn de opgejaagde en afgematte schepsels die zichzelf zijn kwijtgeraakt in alle vooroordelen en schijnwaarheden waarmee zij zijn opgevoed.

In het Evangelie is geen belangstelling voor de geloofsrichting van een mens, zijn afkomst of zijn maatschappelijke positie. Er is alleen aandacht voor de mens als drager van het onuitputtelijke en wonderlijke geheim dat leven heet en het wil onze ziel met het geheim daarvan in contact brengen.

 

Die droom, dat het Evangelie door iedereen wordt begrepen naar zijn werkelijke aard: als een richtingaanwijzer voor de weg naar binnen zodat onze ziel aan het licht gebracht kan worden, die droom is nog niet uitgekomen.

 

Voor heel veel mensen is het nog steeds erg wennen dat de manier waarop de grote wereldgodsdiensten ons onderrichten geen soelaas biedt voor het gemis aan betekenis en het verdwijnen van sociale verbanden. Het zwaartepunt heeft zich in onze tijd al tientallen jaren verplaatst van kerk naar wereld en veel kerken kunnen niet meer bieden dan een opfrissertje op zondag. De rest van de week blijft ingeruimd voor zakelijkheid en calculatie volgens het model do ut des. Ik geef opdat jij mij geeft.

 

Maar zo’n zondags opfrissertje geeft geen richting aan de wereld zoals die nu eenmaal functioneert. Het heeft geen enkele zin om mensen op te zadelen met een ethiek die onmogelijk is. Met een God die onbegrijpelijke dingen doet. Met een leer die alleen maar met het hoofd bedacht is en zich verwijdert van alles wat zich in het hart beweegt.

 

Ik heb wel eens gezegd dat een religieus mens anders tegen de wereld aankijkt dan een niet-religieus mens. In het gesprek daarover krijg ik dan onmiddellijk de vraag of ik daar een voorbeeld van kan geven, want zo’n uitspraak bevalt mensen in het algemeen niet.

Ik geef dan vaak het voorbeeld van de meester die zijn hond uitlaat in gezelschap van zijn leerling. De leerling was erg ijverig en ondervroeg de meester bij die gelegenheden over alles en nog wat. Wat betekent dat toch allemaal wat u zegt? Hoe moet ik dat begrijpen enz. enz. Ik zal het je laten zien zegt de leraar en hij roept zijn hond bij zich en zegt, terwijl hij naar de volle maan wijst: “breng me de maan”.

Waar kijkt mijn hond nu naar? vroeg de leraar aan de ijverige leerling. “Naar uw vinger”. “Precies!”, zei de leraar. “Hij verwart de wijzende vinger met de maan waar ik naar wijs. Mijn woorden zijn niets dan wegwijzers. Zoek je weg door de woorden van anderen om bij je eigen waarheid te komen.”

 

Het Evangelie is als die leraar uit dit verhaaltje. Wie het letterlijk neemt, blijft steken in de vraag wat het toch allemaal mag betekenen. Wie naar de dieperliggende betekenis zoekt, komt dichterbij de opdracht van dat Evangelie: zoek je zelf en ontdek wat dat jou te zeggen heeft. Maak de droom waar van een ziel die in balans is met jezelf en de wereld om je heen.

 

Amen