Houd de hoop op bevrijding levend

Is Advent alleen maar een korte voorbereiding op Kerstmis die dan vooral in het teken staat van dat feest (om van de huidige vormgeving maar niet te spreken) of is advent meer?

Het is meer en ik meen dat te kunnen verduidelijken met twee verhalen. Bekende ver­ha­len; het tweede zult u a.s. dinsdag weer horen. Het eerste hoort u zelden. Waarom die twee? Omdat ik een aan­tal de­tails naar voren wil brengen, waar zelden op gewezen wordt en die belangrijk zijn, niet vanwege de inkleding, maar omdat ze bijdragen aan begrip van wat niet direct zichtbaar is en toch belangrijk. Dat is hier het geval. Ik wil ook recht doen aan verborgen inzichten in de bijbel, aan de beteke­nis van woorden en begrippen die subtiel en met grote vindingrijkheid worden gebezigd. Ik heb dat natuurlijk van specialisten in de taal en sym­boliek van de Bijbelse auteurs uit die tijd. Van hen viel te leren dat men die auteurs vooral niet moet onderschatten in hun vormge­ving aan een verhaal –beteke­nisvol, ook voor het hedendaags leven.

Beschouwing van deze details plaatst Advent en Kerstmis in ruimer verband. Ook Kerstmis staat niet als een bijzonder feest apart. Wij vieren dan de geboorte van een kind. In tradi­tio­nele kerktaal werd er gesproken van Verlosser, of incarnatie van God in het vlees. Of de geboorte van de Zoon als persoon van de Drie-eenheid. Daar kunnen velen niet meer uit de voeten en dat hoeft ook niet. Recentere Bijbelvertalingen gebruiken andere woorden rond Kerstmis. Dat wil ik verduidelijken door het te koppelen aan hert veel oudere verhaal over de geboorte van een kind.

Het staat in het boek van de Uittocht.

Dat begint ook met een kind, de latere Mozes die geboren wordt in een toenmalige grootmacht, Egypte, geregeerd door Farao die als goddelijk beschouwd wordt.

De naam Mozes is niet zomaar een naam. Dat betekent alleen maar zoon die som­mige Farao’s vooraf lieten gaan door de naam van een god, Ram­ses en Tutmoses. De eerste is de zoon van de zonnegod Ra, dus Ramozes, samen­ge­trokken tot Ramses. Tutmozes is de zoon van een andere God Tut. Maar Mozes heeft geen voorvoegsel Van zijn vader wordt alleen gezegd dat hij een man uit de stam Levi is. Klaarblij­ke­lijk is hij verder niet van belang. En als het over een god zou gaan is het in ieder geval toch niet een uit het Egyptisch panopticum. Misschien een nog onbekende God voor de Egyptenaren? Paulus zal later tegen de Atheners ook over een boodschap van een hen onbe­ken­de God spreken. Die God zal zich pas later aan Mozes bekend maken.

Mozes wordt in een biezen kistje gelegd, in de Nijl geworpen, gered door een Egyp­tische prinses en komt via haar weer bij zijn moeder terecht dankzij zijn zuster Miriam die heeft toegezien of het wel goed ging. Dat biezen kistje wordt aangeduid met hetzelfde woord dat ook voor de ark van Noah is gebruikt. Daarin ligt de red­ding van de hele mensheid die “door het water is heengegaan” zoals Petrus later zou zeg­gen. Ook het volk gaat onder leiding van Mozes door het water heen. Het water van de schelfje waaraan het zijn redding dankt.

Mozes’ zuster Miriam wordt opnieuw opgevoerd als zij na de doortocht een lofzang aanheft. “Ik wil zingen voor de Heer; zijn macht en zaligheid zijn groot. Paarden en ruiters wierp hij in zee. Uw hand is ontzagwekkend in kracht. Wie onder de goden is uw gelijke?” Jahweh is een machtige God en heerst over aardse machten.

Als Mozes volwassen is, wordt hij door een hem nog onbekende God ­– hij vraagt: hoe is uw naam – aangesproken uit het brandende braambos. Hij zegt: Ik daal af om mijn volk te bevrijden. Ik heb het lijden van mijn volk gezien. Hij draagt Mozes op zijn volk uit het slavenland te leiden. Zijn naam is, “ik zal er zijn”: als een God die bevrijdt, Dat is de kern van Zijn boodschap.

Na de doortocht zijn ze 40 jaar in de woestijn waar Mozes op de berg de Wet krijgt aangereikt, de gids voor het leven, maar het volk komt allerlei beproevingen en ver­leidingen tegen waar het niet tegen opgewassen is. Zelfs Mozes faalt in zijn vertrou­wen op de Heer. – slaat nog een keer op de rots om water – en de straf is dat hij het land van belofte niet zal ingaan.

Nu het tweede verhaal. Let op de overeenkomsten in de details.

Ook daarin is sprake van een grootmacht met keizer Augustus aan het hoofd, de god­delijke dus. Ook daarin wordt een kind geboren. Toen zijn moeder Miriam – de He­breeuwse versie van het Griekse Maria – zwanger was en haar nicht Elisabeth be­zocht, heft ook zij een lofzang aan. “Mijn ziel prijst en looft de Heer. Hij heeft neer­ge­zien op de geringheid van zijn dienstmaagd. Heersers stoot hij van hun troon en Hij verheft de geringen”. Merk op dat ook van Jozef weinig gezegd wordt.

Hij is evenmin welkom als de kinderen van de joden; er is geen plaats in de herberg. Ook zijn naam heeft betekenis: Jesjoea: De Heer redt. Die naam is ook een verwij­zing naar een reddende God die neergezien op mensen in verdrukking.

Ook dan is er een decreet, nu van Herodes, dat alle pasgeboren joden gedood moeten wor­den. De H. Familie vlucht naar Egypte. De evangelist Mattheus citeert de profeet Hosea”: uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen zoals ook Mozes geroepen werd .

Jezus begint zijn openbaar optreden als Hij gedoopt wordt door Johannes, de zoon van Elisabeth; ook Hij gaat, zoals de oude kerk zei: door het water heen.

En ook hij gaat eerst naar de woestijn, waar Satan hem bekoort met de klassieke ver­lei­dingen om steen in brood te veranderen, vermetel godsvertrouwen en macht. Hij be­zwijkt niet, i.t.t Mozes. En als Johannes hem laat vragen of Hij het is die komen moet krijgt hij als antwoord: kijk naar de blinden, de lammen, de doven en de armen.

Als Hij terug is geeft hij ook op een berg de wet aan zijn volgelingen. Maar hij sterft van God verlaten aan het kruis. Dat is niet het einde. Na de Opstanding gaat de ge­schiedenis verder. Maar weer op een andere wijze.

Deze parallellen met de geboortegeschiedenis van Mozes zijn natuurlijk niet toevallig. Het tweede verhaal is door Lucas geconstrueerd – van de werkelijke geschiedenis rond de geboorte weten we niets – in het perspectief van het Oude Testament en het sluit aan op de belofte van God als bevrijder.

Opvallend is dat alleen de Naardense bijbel bij de vertaling van de engelenzang de term be­vrijder- en-redder gebruikt en daarmee een verbinding legt, waar de andere recente ver­talin­gen alleen maar redder gebruiken. De oudere: heiland en verlosser.

Maar bevrijding waarvan? Dat is een immer actuele vraag. Niet, zoals sommigen den­ken, be­vrijding van alle remmingen die ons vrije handelen in de weg staan, het ongeremd uit­leven van onze veronderstelde autonomie. Het gaat in de eerste plaats om iets ander, zoals de be­vrijdingsgeschiedenis leert. Om de bevrijding uit een slavenland, bevrijding van brute heer­schap­pij waaronder talloze miljoenen nog zuchten. Maar ook en vooral bevrijding van de macht van en de eerbied voor de valse goden. Die werden al in de Sinai zichtbaar en tastbaar in het gouden kalf. Dat heeft echter alle eeuwen doorstaan en in onze wereld wordt er nog steeds gedanst rond het gouden kalf, en de afzichtelijke trekken ervan blijven niet verborgen. Dat zijn niet alleen graaizucht, cor­ruptie, financieel bedrog van (teveel) enkelin­gen. Wij wor­den door overheden, economen en bedrijven aangespoord vooral te consu­me­ren teneinde de economie te redden. Consumeren of creperen dus. Dat past geheel in de theologie van de economen die zich, gelukkig op en­kele uitzonderingen na, koesteren in de glans van het kalf. De god die eist dat gestimuleerd wordt wat hem wel behaagt en verwor­pen wordt wat hem niet behaagt: de verzorgingsstaat bijvoorbeeld, lonen die een fatsoenlijk leven kunnen garanderen en eigenlijk alles wat niet ‘nuttig’ is, zelfs geld kan kosten. Voor driesterrenrestaurants moet men een jaar tevoren, omdat zij de klandizie niet aankunnen. Dat kunnen de voedselbanken ook niet maar reservering daarvoor is (nog) niet mogelijk.. Aan het contrast worden weinig woorden vuil gemaakt. Aan die ordening kunnen we weinig doen. Wel aan de mate waarin wij ons eraan conformeren.

Is dit Kerstmisretoriek met gebruik van Bijbelse beelden? Lees de krant en de column van een kritisch journalist die de Londense City ter plekke observeert en na vele gesprekken met anonieme personen (nog niet ontslagen) en bekende (wel ontslagen of gillend weggevlucht). Hij zegt: “Vrijwel overal is het financiële systeem ten diepste verrot”. Hij is geen predikant maar een nuchter waarnemer. volk bijvoorbeeld als dat anderen afstoot.