Moet religie 'nuttig' zijn?

Het is nog niet zo lang geleden dat een liberaal in hart en nieren een pleidooi voerde voor de opname van het christelijk erfgoed in het beginselprogramma van zijn partij. Dat bood een brede maatschappelijke oriëntatie die uitsteeg boven de toen geldende leus: gewoon jezelf zijn. Hij vond bijval uit socialistische hoek. Het verdwijnen van religie zou betekenen dat het plechtanker voor onze cultuur wordt weggeslagen. Weer volgens een ander de bekende langzamerhand stokoude columnist Heldring deed dat verdwijnen de vraag rijzen naar de fundering en recht­­vaardiging van moraal, recht. Een oud student en ook bekend publiciste vertelde eens dat het haar verbaasde dat mensen die zij redelijk en competent achtte desal­niet­temin ka­tholiek bleken te zijn, die zij gewoonlijk als achterblijvers in de evolutie be­schouwde. Toch zag zij zelf er ook wel wat in: ze had geen behoefte aan geloof maar wel aan rustgevende symboliek. Vooral de rijke liturgie rond leven en dood had haar te denken gegeven. Ik heb toen gevraagd of zij nog meer van de Mattheuspassie zou genieten als die van een andere tekst werd voorzien. Dat vond ze ook weer wat ver gaan.

 Dergelijke geluiden van waardering voor religie kwam een paar weken ook weer in de krant toen een boek van een franse auteur besproken werd, getiteld religie voor atheïsten. Wat zouden die er dan aan hebben. Wel: mensen hadden behoefte aan troost en die werd in de re­ligie in grote mate geboden. Je kunt het in tijden van droefheid en mislukking dus best eens met religie proberen ook al geloof je er helemaal niet in.

Religie is in dergelijke beschouwingen toch niet slechts de gebeten hond, de oorzaak van een misvormde jeugd of de bron van moordlust op degenen die anders denken dan de ware gelovigen. Zij heeft, merkwaardiger wijze, ook positieve aspecten.

Die positieve waardering heeft echter ook iets wat te denken geeft. Waarom wordt religie gewaardeerd. Omdat zij nut blijkt te hebben. Nuttig is voor individuen en het maatschappe­lijk geheel. Maar als dat het enige is – en dat is het in deze commentaren: in een of ander op­zicht nuttig zijn – dan rijst de vraag of daarmee niet iets wezenlijks over het hoofd wordt gezien. Sterker, of dat wel recht doet aan wat religie naar de kern is. Dat is ook een punt van bezinning voor christenen en andere religieuze stelsels. Daarover wil ik een paar op­mer­kingen maken.

De eerste is dat ik die nuttigheid zeker niet wil ontkennen. En meer dan dat. Ook in de bij­bel worden nuttige aspecten van religie beklemtoond. De vrouw die aan bloedvloeing leed wende zich voor genezing tot de wonderdoener Jezus; de ongelovige hoofdman wendde zich tot hem voor de genezing van zijn slaaf en dat wordt door Jezus een groot geloof ge­noemd en Jezus zelf zegt: Doe dit en uw loon zal groot zijn in de hemel. Christenen zijn er van beschuldigd dat zij alleen maar goed doen om hun plek in de hemel niet te verspelen. Een bekende auteur die over het algemeen kritisch werd gevonden, verliet de partij van de dieren toen hij hoorde dat Thieme lid was van een apostolisch genoot­schap. Zij deed dit alles dus niet voor de dieren maar voor zichzelf. Misschien hebben chris­tenen ook wel bij­gedragen aan het ontstaan van dergelijke misplaatste generaliseringen. Maar dan zaten zij er wel naast, want het ligt toch echt een beetje anders.

Eerst dit; als religie nog louter beoordeeld wordt op haar nut past zij in het huidige klimaat want bijna alles tegenwoordig wordt beoordeeld op het nut ervan, op liever. wat het nut voor ons is. Dat is niet altijd zo geweest; het proces waarin dat veranderd is, is meermalen uitvoering beschreven.

* Men kan het duidelijke begin zo ongeveer zeven eeuwen geleden, en wel op het gebied van de economie. daarin past het ook wel al wordt vaak vergeten dat het nut om het zacht te zeggen toch min of meer gelijk, in de zin van rechtvaardig verdeeld zou moe­ten worden.Een veertiende-eeuwse zakenman ondertekende zijn brieven met: in naam van God en des gewinns. God is nu geheel uit de economie verdwenen.

* In de loop der eeuwen heeft deze economische instelling zich steeds meer over andere sectoren van de samenleving verbreid. Ik beperk me tot enkele recente voorbeelden van betrekkelijk recente datum.

* Kennis is een productiemiddel geworden. Het gaat in het hoger onderwijs niet meer om de intrinsieke betekenis van kennis maar om haar betekenis voor de economie. Kennis is een exportproduct waarvan onze economie afhangt. het onderwijs moet afgestemd worden op het bedrijfsleven; de vrouw moet haar opleiding te gelde maken. Het as­pect van vorming is duidelijk in waarde gezakt.

*  In de werksfeer is de honorering voor vele belangrijker geworden dan de toewijding aan de arbeid of aan het bedrijf of instelling. Wat levert het de persoon op

* Geldt dat misschien ook in de persoonlijke relaties. Het ‘for better and worse’ bij de traditionele huwelijkssluiting geldt minder.

Heeft de recent overleden historicus Tony Judd geen gelijk als hij zegt dat moderne mensen van alles de prijs weten maar van weinig of niets de waarde.

En al enige tijd heeft dit rendementsdenken ook de religie bereikt. Religie valt te waarderen omdat zij nuttig is, in een of ander opzicht, voor de individuen en de samenleving. Maar raakt dit de kern van de religie. Ik denk van niet. Wat valt daarover te zeggen.

* Allereerst dit: het woord religie komt van religare, Latijn voor binden. Religie heeft dus iets met binding te maken, zo is de klassieke gedachte. Wij noemen het tegenwoor­dig commitment. Toewijding. Maar dat is algemeen.

*  Welke taal spreekt de bijbel. Die heeft het over de onvoorwaardelijke overgave. Wie zijn leven bemint zal het verliezen, maar wie zijn leven in deze wereld haat, zal het bewaren (Johannes). Het gaat, aldus Paulus, om onverdeelde toewijding. Laten we maar zeggen, om de onderschikking van het eigen belang aan iets dat hoger is dan wijzelf, aan een hoger doel.

*  In de bijbel sluit dat beloningen in het geheel niet uit. Doe dit en gij zult leven, doe dit en uw loon zal groot zijn. Maak u niet bezorgd over wat gij zult eten maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods. Apocalyps: ik kom spoedig en heb het loon bij me om iedereen te belo­nen naar zijn daden. Dat is allemaal duidelijk.

* Maar let op wat er staat: de toewijding, het zoeken van het Rijk Gods en bijdragen aan de verwerkelijking ervan staat voorop. men helpt geen arme om zelf beloond te wor­den. dan is de arme slechts middel voor mijn eigen heil. Dat beloning volgt is daarvan een ge­volg mag men hopen, maar behoort niet het motief te zijn. niet de beloning mag het eigenlijke doel zijn, maar het doen van het goede.

* Het valt ons wellicht moeilijk zo te denken omdat de hedendaagse cultuur heel andere geluiden laat horen. Daarin gaat het vaak om onszelf, het eigen heil. Wat heb ik eraan, spreekt het mij aan, vind ik er voldoening in.

Natuurlijk moeten we niet denken dat dit voor iedereen geldt. Laten we de opoffering en toe­­wijding van velen niet onderschatten. Maar we zien het toch veel om ons heen dat de vraag welk nut het eigenlijk voor mijzelf heeft, domineert. Anders begint men er niet aan.

Nu zijn dit bijbelse argumenten die overigens ook tot onze cultuur behoren. En als men daar weinig of niets meer mee heeft, maken mijn tekstverwijzingen natuurlijk weinig indruk. Maar er is ook een ander, neutraal, argument. Als religie beoordeeld wordt op haar nut voor onszelf en de samenleving, houdt zij geen stand als er een beter alternatief voor is. Waarom zou men dat dan niet nemen?

* Dat geldt niet alleen voor banen. Daar wordt gemakkelijk een baan prijsgegeven als men elders meer kan verdienen. Niet alleen voetballers doen dat. Ook politici die on­danks hun idealen ineens voor een riante functie in het bedrijfsleven kiezen. Het zijn maar voorbeelden. van geen dief willen zijn van eigen portemonnee

*  Moet dat ook gelden voor religie, religieuze overtuigingen en gedrag? De voorbeelden waarmee ik begon wijzen wel in die richting. Er zijn rituelen die mij troost bieden; of zij ergens op slaan is een heel andere zaak. Enig geloof hoeft er niet aan te pas te ko­men. Men laat zich gewoon meedrijven in het gebeuren en trekt er profijt van.

* Nogmaals, met dat profijt is niets mis. Gelukkig degenen die het overkomt. Maar wie eraan begint om het profijt, de troost, kan religie missen als de situatie waarin aan troost behoefte bestaat er niet meer is. Waarom zou men zich dan nog iets van re­li­gie aantrekken? Of als een beter troostmiddel zich aandient. Op die manier heeft men met de verplichtingen van religie niet veel meer te maken.

Men hoeft niet religieus te zijn. Er zijn andere mogelijkheden. maar als men het is, kan het beter om de goede reden zijn. Of zoals iemand zei. Waarom zou een mens vandaag de dag in hemelsnaam christen willen zijn. En zijn antwoord: Omdat ik door haar boodschap ben ge­raakt. Dat zegt, denk ik, veel, zo niet alles.