Walkartgemeenschap Zeist, Kerkweg 19-23, 3701 Zeist
Mr. drs. Johan de Wit is onze voorganger. Hij is in Leiden en in Kampen opgeleid tot jurist en theoloog. Naar eigen zeggen heeft hij zijn theologische studie ervaren als een heel uitgebreide cursus algemene ontwikkeling.
De verbeelding waartoe de menselijke geest in staat is, blijft hem verwonderen en vanuit die verwondering spoort hij ons aan tot zelfonderzoek.
Alles begint en eindigt bij het kennen van jezelf en wat ons is overgeleverd uit de oude boeken en met name de leringen en uitspraken van Jezus helpen ons daarbij. Door het filter van de man uit Nazareth kunnen wij de wereld anders zien dan wij gewend zijn en dat is, aldus Johan de Wit, het grote geheim van religieus zijn.
De vrijzinnigheid is voor hem de enige geloofsrichting waarin het raadsel van de verhouding tussen God en mens en ons bestaan in deze wereld op een aanvaardbare en voorstelbare manier ter sprake gebracht wordt.
Kern van de overdenking
Er zijn mensen en stromingen die staren op vroeger. Ze staan een samenleving voor die lijkt op die van de jaren vijftig. Maar het is een machteloze wens, die voorbijgaat aan de werkelijkheid en wat die van ons vraagt. En het is ook een wens die veronachtzaamt dat alles voorbij gaat en ook de minder gunstige ontwikkelingen eens verleden tijd zullen zijn.
Overdenking
Toen ik mij zette aan de voorbereiding van de overdenking van vandaag, kwam vrijwel direct als thema van die overdenking bij mij op ʺalles gaat voorbijʺ. En dat had te maken met de mededeling van het walkartkoor dat zij vandaag, 14 juni, voor het laatst zingen in onze dienst. Ik heb het koor als voorganger hier in Zeist 25 jaar meegemaakt en toen, 25 jaar geleden, kwam het niet bij me op dat we eens afscheid zouden nemen van elkaar.
Alles gaat voorbij. Het is een boeddhistische uitspraak en op het eerste gezicht is het niet zo´n bijzondere uitspraak. Je denkt eerder aan een dooddoener dan aan een spirituele gedachte waar je anders nooit zou zijn opgekomen. Maar als je er wat dieper over nadenkt, is het heel troostrijk, die gedachte dat alles voorbij gaat. Iedereen, ik zelf natuurlijk ook, heeft te maken met momenten in zijn leven waarop de dingen bepaald niet gaan zoals de bedoeling was. Je kunt tegenslag ervaren in je streven naar een rustig en harmonieus bestaan. Je kunt onverwacht te maken krijgen met ziekte en geldnood. Je kunt te maken krijgen met diepe teleurstellingen in de verwachtingen die je in een relatie koestert. De mensen die het wel eens hebben meegemaakt weten hoe bij voorbeeld liefdesverdriet de grond onder je voeten vandaan kan halen.
Bij de tegenslagen die in je leven voorkomen, kan het je troosten dat alles voorbijgaat, dus ook de ellendige dingen. Want het is een onwankelbare waarheid: ook de ellendige dingen zullen voorbijgaan.
Niet alleen op het persoonlijke vlak van je eigen korte leventje, maar ook in groter verband kwam bij mij naar boven hoezeer de vergankelijkheid van alle dingen leidend is voor alles wat zich op onze aarde voltrekt. Neem de oude grote beschavingen uit de geschiedenis. De Egyptische beschaving ontstond ruim drieduizend jaar voor christus en heeft, tot de verovering door Alexander de Grote in 300 voor christus, ruim drieduizend jaar bestaan. Het rijk van Alexander verdween met de komst van het Romeinse rijk en dat rijk heeft het meer dan 1400 jaar volgehouden. Daarna zijn er veel rijken geweest, het heilige roomse rijk van Karel V en het almachtige Spanje van Philips II bijvoorbeeld, maar naarmate de geschiedenis voortschrijdt, bestaan de opvolgende rijken en beschavingen steeds korter. Napoleon onderwierp heel Europa slechts twintig jaar, het Duitse rijk heeft het nog korter gepresteerd en nu, in deze tijd, hebben we te maken met culturen waarvan nog moet blijken hoe lang deze nog zullen voortbestaan. De VS, China, Rusland, het zijn de grootmachten waar wij nu mee te maken hebben en het is zeer de vraag hoe lang wij nog met deze machten te maken zullen hebben. In ieder geval geeft de zekerheid dat ook de invloed van deze grootmachten voorbij zal gaan, een belangrijke troost.
Op het religieuze vlak, met name in het christendom, is ook een ontwikkeling waar te nemen die recht doet aan het adagium dat alles voorbij gaat. Het christendom is ontstaan op de bodem van het jodendom en de verhalen die daarbij hoorden. Daaruit kwam ook Jezus voort. Iemand met een zelfstandig oordeel en een vernieuwende geest. Hij schreef geen boeken, hij zette geen letter op papier. Hij vertelde alleen maar verhalen, die zijn boodschap moesten verduidelijken voor zijn gehoor. Die verhalen zijn door enkelingen opgeschreven en wij kennen ze als gelijkenissen uit de Evangeliën.
Het verhaal over Jezus, zijn leer, zijn leven en zijn sterven, het werd eeuwenlang doorverteld en werd in de loop van de tijd een soort levensbeschouwing, een religie. En er werd van alles bij gemaakt, nieuwe woorden en begrippen, er werden geloofsbelijdenissen bedacht en ingewikkelde theorieën geponeerd over de vermeende betekenis van zijn leven. Jezus was niet meer als een mens te herkennen, hij werd een God. Men moest in hem geloven. Degenen die dat niet wilden, werden in de tijden die achter ons liggen, als ketter gebrandmerkt en vervolgd.
Jezus als God , dat is ook voor heel veel mensen voorbij. In 2017 verscheen het boek Jezus, een mensenleven. Een geschiedenis van een mens onder de mensen, van de Nieuw Testamenticus Cees den Heyer. In het boek, dat meer dan 600 bladzijden telt, wordt op niet mis te verstane wijze afstand genomen van de dogma's en leerstelligheden die door de christelijke kerken over Jezus zijn geschreven.
Wij hebben ons bevrijd van de dwang die de kerken ons oplegden voor wat betreft ons gedrag en de manier waarop wij zouden moeten leven. Wij leven in een tijd waarin een ieder persoonlijk de vrijheid heeft om zijn leven naar eigen inzichten te regelen. We zijn in dat opzicht vrije mensen geworden en je zou denken dat dat ons met dankbaarheid zou moeten vervullen. Maar die dankbaarheid is ver te zoeken, want het geklaag is niet van de lucht.
De jeugd is niet meer opgevoed, de hufterigheid van de samenleving neemt hand over hand toe, en iedereen denkt alleen maar aan zichzelf. De politici zijn allemaal gepolijste leugenaars, onze bankiers zijn niets anders dan roofridders in streepjespak en de consument is een verwaten patat-eter die alleen nog maar op zoek is naar zijn eigen pleziertjes. De mobiele telefoon is een bron van ergernis omdat de mensen om ons heen uitsluitend aandacht hebben voor wat de schermpjes op die telefoon ze wijs maken met nepnieuws en afgestompte reclame boodschappen. Onze pensioenen staan op de tocht, er zijn geen betaalbare huizen en er is geen moreel leiderschap, geen visie, er is niets meer over van de idealen van vroeger. En het is allemaal de schuld van de hebzucht, de goedgelovigheid en de onwetendheid van de mensen waardoor zij de wereld hebben geschapen zoals die nu is. Een wereld waarin de lucht, het water en de grond zijn vervuild.
Het is misschien wat overdreven, deze litanie over onze tijd, maar dit soort geluiden kom je dagelijks tegen in de media. Persoonlijk heb ik er niet zoveel mee, met al deze opsommingen van wat er mis is en hoe het beter zou moeten. Heel vaak is het nostalgie: een verlangen naar een vroeger toe alles zgn beter was, maar het is een vroeger dat niet heeft bestaan, het leeft alleen in onze gedachten. Ik denk dat het beter is om de situatie waarin we ons bevinden te accepteren. Het religieuze leven van vroeger is verdwenen en komt niet meer terug. De oude familiebanden zijn veranderd en die verandering kun je niet meer terugdraaien. De ouderen van nu worden in verpleeghuizen ondergebracht als ze ziek en gebrekkig worden en dat zien we lang niet altijd als een verworvenheid. Maar dat zal niet veranderen.
Er zijn mensen en stromingen die staren op vroeger. Ze staan een samenleving voor die lijkt op die van de jaren vijftig. Maar het is een machteloze wens, die voorbijgaat aan de werkelijkheid en wat die van ons vraagt. En het is ook een wens die veronachtzaamt dat alles voorbij gaat en ook de minder gunstige ontwikkelingen eens verleden tijd zullen zijn. Kijkend naar de geschiedenis zie je steeds een slingerbeweging: Een beweging die fris is begonnen en een aantal eeuwen geduurd heeft, verstart naarmate de tijd verstrijkt. Nieuwe impulsen ontstaan die een andere situatie doen ontstaan en na geruime tijd verstart ook deze nieuwe situatie weer. Er is niets nieuws onder de zon zegt prediker en hij licht het toe met de woorden: wat is, was er reeds lang, en wat zijn zal, is reeds lang geweest; God zoekt weer op wat voorbij is gegaan.
Daarmee wil ik niet zeggen dat we geen idealen meer zouden moeten koesteren en gelaten moeten afwachten totdat de wal het schip zal keren. Je zou een defaitistische houding kunnen aannemen omdat alles toch voorbij gaat, maar dat is geen juiste houding. Het is natuurlijk waar dat alles inderdaad voorbij gaat en het is ook waar dat die gedachte tot troost kan zijn als het niet zo gaat als bedoeld. Maar zonder idealen verdort en verdroogt de samenleving en sukkelt zij blind van het ene naar het andere zonder enig besef van wat er in feite gebeurt.
De tijd waarin we leven is anders dan we hebben gewild. De oorlogen van weleer tussen volken zijn in een andere vorm dan eertijds weer terug. Het democratische model waarnaar we het bestuur van landen en volken wilden inrichten, staat in grote delen van de wereld onder zware druk. In plaats van gerechtigheid en mededogen zijn haat en onrecht aan de orde van de dag. Onze wereldleiders zijn maar al te vaak een prins der duisternis, die zich voordoet als de brenger van het licht. Dat is wat we aantreffen en dat is ook wat het hart onrustig maakt. Maar wat blijft is de troost van de boeddhist die heeft gezegd: alles gaat voorbij. Ook dit allemaal, en waarschijnlijk veel sneller dan wat in de antieke tijden eeuwen kostte voordat voorbij ging wat er was. We kunnen erop hopen, we hebben de geschiedenis aan onze kant.