Walkartgemeenschap Zeist, Kerkweg 19-23, 3701 Zeist
Mr. drs. Johan de Wit is onze voorganger. Hij is in Leiden en in Kampen opgeleid tot jurist en theoloog. Naar eigen zeggen heeft hij zijn theologische studie ervaren als een heel uitgebreide cursus algemene ontwikkeling.
De verbeelding waartoe de menselijke geest in staat is, blijft hem verwonderen en vanuit die verwondering spoort hij ons aan tot zelfonderzoek.
Alles begint en eindigt bij het kennen van jezelf en wat ons is overgeleverd uit de oude boeken en met name de leringen en uitspraken van Jezus helpen ons daarbij. Door het filter van de man uit Nazareth kunnen wij de wereld anders zien dan wij gewend zijn en dat is, aldus Johan de Wit, het grote geheim van religieus zijn.
De vrijzinnigheid is voor hem de enige geloofsrichting waarin het raadsel van de verhouding tussen God en mens en ons bestaan in deze wereld op een aanvaardbare en voorstelbare manier ter sprake gebracht wordt.
Kern van de overdenking
Als wij met de dood van een overledene worden geconfronteerd, dan blijven wij achter met gevoelens waar wij nauwelijks woorden aan kunnen geven. Achterblijvers, zo zou je het kunnen zeggen, worden het hardst getroffen door het overlijden van een dierbare.
Maar in dat achterblijven is ook warmte door een grote verbondenheid met elkaar. Door het samenzijn van mensen in hun gemeenschappelijk gevoeld verlies zit ook een geheimzinnige kracht die ons verder helpt en steunt. De grote, ellendige pijn wordt er niet door weggenomen. Een dode laat een lege plek achter en zelfs de tijd kan die niet opvullen. Geen wond geneest zonder littekens achter te laten. Maar de pijn die er was, die kan verzacht worden door de verbondenheid van mensen.
Overdenking 23 november 2025 Zeist (herdenking)
Er zijn mensen die overtuigd in God geloven. God is voor hen het niet te benoemen oerbegin waaruit alles is ontstaan en waaruit alles ook zal zijn. Hun God staat voor liefde en barmhartigheid. Meestal geloven deze mensen ook in de trinitas, God als de Vader, Jezus als zijn Zoon en de Heilige Geest als de onzichtbare gestalte van God en Jezus. Er zijn talloze theologische verhandelingen geschreven over deze drieëenheid van God, maar het raadsel van God en zijn Schepping hebben deze verhandelingen niet tot een oplossing gebracht. God is en blijft de onkenbare en onbenoembare. Maar Jezus was een mens en wat hij ons voor leefde geeft meer houvast dan de onkenbare bedoelingen van een God die wij niet kunnen kennen. De Heilige Geest is ook moeilijk grijpbaar. Waar en wanneer die HG zich manifesteert in ons leven, dat is nauwelijks vast te stellen en we hebben op dit punt eigenlijk niets anders dan het pinksterverhaal, een verhaal dat ook nog de nodige raadsels achterlaat. Maar van het leven en de leer van Jezus is verslag gedaan in de Evangeliën en dat maakt het ons mogelijk om kennis te nemen van wat hij met zijn leer heeft bedoeld.
Er zijn ook mensen die helemaal niet in God geloven en het geloof aan zijn bestaan als een misvatting beschouwen. Zij zeggen: er is verder niets, dit is de wereld, misschien met een hemel of een hel op aarde, maar niets anders dan een bestaan dat zich afspeelt tussen geboorte en dood. Je moet niet zeuren over een Evangelie of over een band met God. Je moet gewoon je best doen, je weet wat goed en kwaad is, je weet ook dat je niet mag stelen of iemand van het leven beroven, maar daar heb je God of Jezus of de HG niet voor nodig.
Daarnaast heb je mensen die het volkomen onverschillig laat of God bestaat. Die mensen zeggen: het kan best zijn dat God bestaat, maar het kan ook zijn dat hij niet bestaat. Ik weet het niet en ik vermoei mezelf niet met het zoeken naar antwoorden op die vraag omdat die antwoorden niet te vinden zijn. Ik zoek zelf wel uit wat de juiste levenshouding is en daar stel ik mezelf mee tevreden. De leer van Jezus is misschien best interessant, maar meer dan dat is het ook niet. Het leven op aarde is eindeloos variabel en de omgang daarmee is al moeilijk genoeg zonder de voorschriften van de bijbel.
Zoveel mensen, zoveel verschillen. En die verschillen tussen mensen bepalen ook hoe zij reageren op de lotgevallen in het leven. Ik ben in de pastorale praktijk herhaaldelijk tegengekomen dat zeer gelovige mensen die ontwijfelbaar in het bestaan van God en zijn Zoon Jezus geloofden, in verbijstering uitriepen hoe God het hen kon aandoen dat zij hun kind verloren aan ziekte of ongeluk. Waarom God toeliet dat het ongeluk hen trof, terwijl zij er van overtuigd waren dat God liefde is en barmhartigheid. Waarom God alle ellende in de wereld laat gebeuren en niet ingrijpt. God, waar blijf je?
De ongelovigen, zij die het bestaan van God niet kunnen of willen erkennen, strooien vaak nog zout in de wonden van de gelovige door enigszins spottend te roepen: als God werkelijk bestaat, hoe wil je dan dat rijmen met de gedachte dat hij al het kwaad en het verdriet in deze wereld op zijn beloop laat en zich niets aantrekt van alles wat er mis is? Waar blijft die barmhartigheid van die machtige God als mensen elkaar uitroeien of door een natuurramp van deze aardbodem worden geveegd?
Al die mensen met hun verschillen in opvatting, ze hebben allemaal gelijk. Ze hebben in ieder geval gelijk over de kernvraag waarom alles in deze wereld gebeurt zoals het gebeurt. En we luisteren gelaten naar een tekst in de bijbel waarin beweerd wordt dat een graankorrel eerst in goede aarde moet vallen en een stervensproces moet ondergaan om vrucht te kunnen dragen. Een tekst die symbolisch weergeeft dat het leven altijd doorgaat in weerwil van alles dat dat leven bedreigt.
Ik geloof dat wij moeten beseffen dat God niet de alles besturende, almachtige God is die de kerkelijke praktijk door de eeuwen heen van hem heeft gemaakt. Wij weten wel beter. Wij weten dat God geen tovenaar of superingenieur is die ergens bovenin aan de knoppen draait en vervolgens besluit waar er hongersnood komt, wie een gebroken heup krijgt op zijn tachtigste en wie op wonderbaarlijke wijze geneest van een heel ernstige ziekte. Zo'n God bestaat inderdaad niet en we kunnen hem niet te hulp roepen als wij in nood verkeren. Wij moeten ons zelf helpen en wij hopen dat wij daartoe in staat zijn als wij dat willen.
Als vrijzinnigen weten wij dat wij niet overgeleverd zijn aan de luimen en grillen van een verre god, maar het lot ons op allerlei manieren kan treffen. Als wij met de dood van een overledene worden geconfronteerd, dan blijven wij achter met gevoelens waar wij nauwelijks woorden aan kunnen geven. Achterblijvers, zo zou je het kunnen zeggen, worden het hardst getroffen door het overlijden van een dierbare.
Maar in dat achterblijven is ook warmte door een grote verbondenheid met elkaar. Door het samenzijn van mensen in hun gemeenschappelijk gevoeld verlies zit ook een geheimzinnige kracht die ons verder helpt en steunt. De grote, ellendige pijn wordt er niet door weggenomen. Een dode laat een lege plek achter en zelfs de tijd kan die niet opvullen. Geen wond geneest zonder littekens achter te laten. Maar de pijn die er was, die kan verzacht worden door de verbondenheid van mensen.
Bij ieder sterven is het zo dat we geneigd zijn om te vergelijken. Als iemand op jonge leeftijd sterft, dan speelt in onze gedachten hoe jammer het is dat zijn of haar leven nog maar net begon en daar een wreed en abrupt einde aan is gemaakt. Als iemand op hoge leeftijd het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt, dan zeggen we dat hij of zij een gezegende leeftijd heeft bereikt, dat hij of zij een waardevol leven heeft gehad en dat het goed is zo. Maar een mensenleven kun je niet meten. Kinderen, pubers, volwassenen, ouden van dagen, zij allen leven het leven intens. Voor dat leven geldt niet de lengte, maar de kwaliteit daarvan. En onderdeel zijn van een gemeenschap als de onze kan daarin helpen, in het bevorderen van die kwaliteit.
In de wereld om ons heen leven de mensen in een tijd van onrust en angst. Hun bestaan speelt zich af tussen hoop en vrees, zo zou je het ook kunnen zeggen. Ze hebben te maken met oorlog en met oorlogen die dreigen. Volken die strijden tegen andere volken, het ene rijk tegen het andere, hongersnoden en aardbevingen, gevangenneming en verdrukking, verraad en haat. Hoe verhouden we ons tot al dit onrecht, hoe kunnen wij vrede realiseren waar oorlog is en harmonie waar nu haat en wraakgevoelens leven?
We hebben geen antwoord op die vragen, maar diep in ons leeft de overtuiging dat de mensheid het in zijn vermogen heeft om dit onrecht tegen te houden en om te vormen tot wat Jezus het koninkrijk van God noemde. Als ieder mens zich een ambassadeur van vrede zou voelen, dan zou dat doel dichterbij kunnen komen. De wapens daarvoor zijn aangereikt door Jezus zelf. Gerechtigheid, zachtmoedigheid, liefde en zelfbeheersing, vriendelijkheid en geduld. Het is ons eindeloos verteld en voorgehouden en je moet hopen dat het eens ook tot de menselijke omgang met elkaar zal behoren.
In onze eigen wereld worden we vooral als consument benaderd en krijgen we via de moderne media aansporingen op ieder denkbaar gebied. We krijgen adviezen over hoe we gezond moeten leven, we krijgen aanbevelingen om spullen te kopen die ons bestaan zullen veraangenamen en we hebben te maken met allerlei instanties die van alles aan ons vragen.
Soms vermoeien al die prikkels van buiten en heb je behoefte aan een beetje ingetogenheid, een beetje ruimte om even niet lastig gevallen te worden met vragen en adviezen. En juist als er een verlies te betreuren valt, speelt die behoefte op. Laat me maar even met rust, het is vaak de al dan niet uitgesproken wens van de achterblijver.
De werkelijkheid die je soms overstijgt en een gevoel van onmacht in je oproept, maakt soms dat je er naar verlangt om je op gezette tijden en plaatsen te kunnen hernemen en even op adem te komen. Als je deel uitmaakt van een gemeenschap kan dat heel heilzaam werken voor het vervullen van dat verlangen en wij verkeren in de gelukkige omstandigheid dat wij een gemeenschap vormen waarin dat allemaal mogelijk is. Wij overvragen elkaar niet, wij gaan in vertrouwen en vriendschap met elkaar om en wij nemen elkaar niet de maat op positie, overtuiging of kennis en kunde. Daar kunnen we dankbaar voor zijn en dat zijn we ook. Want we voelen dat we hier, in onze gemeenschap, tot ons recht kunnen komen.