Walkartgemeenschap Zeist, Kerkweg 19-23, 3701 Zeist
Mr. drs. Johan de Wit is onze voorganger. Hij is in Leiden en in Kampen opgeleid tot jurist en theoloog. Naar eigen zeggen heeft hij zijn theologische studie ervaren als een heel uitgebreide cursus algemene ontwikkeling.
De verbeelding waartoe de menselijke geest in staat is, blijft hem verwonderen en vanuit die verwondering spoort hij ons aan tot zelfonderzoek.
Alles begint en eindigt bij het kennen van jezelf en wat ons is overgeleverd uit de oude boeken en met name de leringen en uitspraken van Jezus helpen ons daarbij. Door het filter van de man uit Nazareth kunnen wij de wereld anders zien dan wij gewend zijn en dat is, aldus Johan de Wit, het grote geheim van religieus zijn.
De vrijzinnigheid is voor hem de enige geloofsrichting waarin het raadsel van de verhouding tussen God en mens en ons bestaan in deze wereld op een aanvaardbare en voorstelbare manier ter sprake gebracht wordt.
Overdenking kerst 2025 Zeist (heimwee)
Kern van de overdenking
Behalve een verlangen naar vrede bekruipt je ook een gevoel van heimwee. Heimwee naar een wereld die voor iedereen een thuis is. Een thuis waar harmonie en vrede heersen, een thuis waarin iedereen gelijk is en mensen niet worden weggezet op hun afkomst of gebrek aan maatschappelijk succes. Zo'n thuis is een diep gekoesterd verlangen van alle tijden en het leeft op als het feest van licht wordt gevierd, kerstmis.
Lezing: Johannes 1: 1-18
Het is een verhaal dat al diverse keren is verteld. Dat is niet voor niets, want het is een bijzonder verhaal. De eerste wereldoorlog is begonnen en is in de eerste kerstnacht van 1914 ongeveer vier maanden aan de gang. De Duitsers aan de ene kant en de Britten en de Fransen aan de andere kant hebben zich verschanst in de loopgraven. Tussen de linies bevindt zich het niemandsland dat alleen met groot gevaar voor eigen leven kan worden betreden.
In de kerstnacht klinkt aan de Duitse kant een kerstlied. Aan de Britse kant wordt ook gezongen, eerst aarzelend, maar gaandeweg steeds luider. Aan beide kanten verlaten de soldaten hun loopgraven en ontmoeten ze elkaar in het niemandsland. Daar vindt verbroedering plaats. Ze wisselen kleine geschenken uit en spelen zelfs een potje vriendschappelijk voetbal. In 1915 gebeurt dit nog een keer.
Eerst waren deze kerstbestanden een poging geweest om er het beste van te maken omdat het weer toch geen gevechtshandelingen toeliet. Maar naderhand zagen de soldaten aan beide zijden in dat ze allen met dezelfde ellende aan het front te maken hadden en ze een speelbal waren van de politici en de legerleiding, ongeacht de nationaliteit van de soldaten. Ook zagen ze in dat hun tegenstanders anders waren dan de propaganda hen had doen geloven. In hun momenten van vrede en verbroedering trokken ze de zin van de oorlog ernstig in twijfel, de waanzin van de oorlog werd voor het eerst goed duidelijk.
De Britse en Duitse opperbevelhebbers raakten in paniek en reageerden furieus. Ze zagen dit als muiterij en hoogverraad. Ook waren ze bang dat deze kerstbestanden wel eens het begin zouden kunnen zijn van revolutie en omverwerping van de regering. Om dit soort kerstbestanden in de toekomst te voorkomen, kondigden ze aan dat soldaten die zich met de vijand verbroederden, als deserteurs werden gezien en zouden worden doodgeschoten. In 1916 dreigden ze de artillerie los te laten op de infanterie als die zich op vriendschappelijke wijze met de vijand inliet. In 1916 en 1917 vonden dan ook geen kerstbestanden meer plaats.
Het doet denken aan de waarschuwing van Jezus in Lukas 12: 5. Wees niet bang voor degenen die het lichaam kunnen doden, maar niet tot ergers in staat zijn. Wees bang voor degene die je in de duisternis kunnen werpen. De heersers, de machtigen der aarde, zij zijn het die een eind maken aan vrede en menslievendheid. Zij zijn bang voor verbroedering en vrede tussen soldaten. Zo was het in de geschiedenis van het kerstbestand in de eerste wereldoorlog en zo is het nog steeds.
In onze tijd worden wij door angst en onrust bevangen door heersers die wapengeweld en oorlogstuig inzetten met maar één doel: het veroveren van macht en het onderwerpen van mensen die die macht niet willen.
Wij, wij nemen kennis van alle ellende die daardoor veroorzaakt wordt. Miljoenen mensen die op de vlucht zijn, landen waar de mensen niet in tel zijn en met tientallen tegelijk in de gevangenis worden gesmeten, gemarteld en zonder vorm van proces worden gedood. Landen waarin burgers elkaar overhoop schieten om redenen die je ontgaan. Potentaten die uit hun volk soldaten werven om andere landen en volken te bestrijden en te veroveren.
Dat alles komt ons voortdurend ter kennis en het raakt je, maar de grote aantallen, de afstand waarop het allemaal gebeurt, maakt het toch vaak tot iets abstracts.
En het maakt je moeilijk om er echt in mee te leven. Sinds Poetin Oekraȉne binnenviel, zijn daar vierhonderdduizend mensen gesneuveld. Het zijn getallen die ons hart verscheuren en hun sterven is een ten hemel schreiende noodkreet om compassie, om medeleven. Maar meeleven, medelijden ontstaat eigenlijk pas echt in de ontmoeting met een mens die dichtbij je komt. Het komt tot ons in de reportages over enkelingen die huis en haard en hun familie hebben verloren.
En dan is er nu een winters feest en een weerloos kind. De onderstreping van de hoop dat een nieuwe zonsopgang voor de mensheid aanbreekt, God die neerdaalt om zich het lot van mensen aan te trekken. Het is niet moeilijk te volgen waarom juist het kerstfeest zo populair is en door zoveel mensen wordt gevierd.
Ik las de proloog van het Evangelie van Johannes. Het zijn grootse, mysterieuze zinnen. Lukas begint, met zijn verhaal over herders in het veld en de geboorte van een weerlooskind in een stal, aan de menselijke kant, Johannes aan de goddelijke. Christus is bij Johannes geen pasgeboren kind, maar de logos die van alle tijden is, het scheppende woord, het licht dat aan alles bestaan geeft.
De logos van Johannes verwijst naar de ordening van het universum, waarin alles met alles samenhangt. Alles is met alles verbonden en houdt elkaar in evenwicht. Dat vind je in praktisch alle oude wijsheidstradities terug. De geboorte van een kind in Bethlehem aan het begin van onze jaartelling is geen toevallige gebeurtenis, het is opgenomen in het grote verband der dingen. De geboorte van Jezus, de geboorte van een Christus, het zijn merkstenen in de geschiedenis die wij als mensen zelf schrijven.
De schrijver van het apocriefe Evangelie van Filippus drukt het kernachtig uit: God schiep de mens en de mensen schiepen zich een god. De mensen, met hun angsten twijfels en verlangen hopen op iets bovennatuurlijks, iets dat groter is dan de mens zelf en dat is God. Het godsbeeld dat daar aanvankelijk bij hoorde, was dat van een God die een uitvergrote menselijke persoonlijkheid had. Hij kon streng zijn, straffen en zich wreken. Een harde woestijngod was hij, die vanuit de berg Sinaï zijn geboden naar beneden slingerde. Het is het beeld van de God uit het OT. Zo was het tweeduizend jaar geleden in de provincie van het Romeinse rijk die wij nu kennen als Israël.
De samenleving ten tijde van Jezus was een min of meer geordende maatschappij van strenge wetten en geboden, in stand gehouden door een kaste van priesters die op alle levensgebieden van de mensen hun gezag uitoefenden. Een verstikkend systeem van zonde en straf, geworteld in de wetten van Mozes en tot in de kleinste details uitgewerkt door de schriftgeleerden, de priesters van die tijd.
Jezus van Nazareth wil dat anders. Zijn god is niet meer de god die mensen uit het paradijs verjaagde, die offers en gehoorzaamheid eist en de wereld overspoelt met zijn toorn. Zijn god is een vader. Een begrijpende en goedgunstige vader, die niet veroordeelt maar helpt. Angst moet plaats maken voor vertrouwen in die god, woede moet plaatsmaken voor medelijden.
Jezus preekt het zachte woord, hij preekt begrip en vergevingsgezindheid. Het is in zijn tijd een revolutionaire boodschap en dat is het nog steeds. Veel van zijn uitspraken beginnen met de woorden: u is geleerd dat….. maar ik zeg u…en dan komt zijn interpretatie van al die oude voorschriften, onveranderd uitlopend in de aansporing om je medemens met medemenselijkheid tegemoet te treden.
Zijn godsdienst wil een godsdienst zijn die heelt en verzacht, die oog heeft voor de verdwaalde, angstige en wanhopige mensen, die uit hun eenzaamheid en ellende verlost moeten worden.
De tijden waarin we leven, het zijn tijden waarin alles lijkt te schuiven. Op het wereldtoneel zijn spelers aangetreden waarvan we dertig jaar geleden niet hadden kunnen vermoeden dat zij hun opwachting zouden maken. Er is veel strijd, moord en doodslag en het gebeurt buiten ons om, zo voelt het in ieder geval. De samenhang tussen alles wat op dit wereldtoneel plaatsvindt, lijkt ver weg, uit het zicht verdwenen. Wij staan erbij en we kijken er hoofdschuddend naar, tot meer zijn we niet in staat. De opkomst van schurkenstaten, de burgeroorlogen in het Midden-Oosten, de afkalving van de geestelijke waarden in het Westen: het een hoeft niet met het ander te maken hebben, maar het is allemaal heel ver weg van wat wij denken over vrede en verdraagzaamheid bij het kerstfeest.
Behalve een verlangen naar vrede bekruipt je ook een gevoel van heimwee. Heimwee naar een wereld die voor iedereen een thuis is. Een thuis waar harmonie en vrede heersen, een thuis waarin iedereen gelijk is en mensen niet worden weggezet op hun afkomst of gebrek aan maatschappelijk succes. Zo'n thuis is een diep gekoesterd verlangen van alle tijden en het leeft op als het feest van licht wordt gevierd, kerstmis.
Jezus en wat hij leerde en voor leefde, is in ons duistere bestaan het licht. Hij is ons houvast en levensgids. En wij moeten proberen om deze Jezus in ons midden te houden. Johannes betoogde in zijn proloog dat God onder ons wilde wonen in een mensengestalte. Het licht dat hij personifieerde is de ervaring die wij beleven in de ontmoeting met het geheim waarom ons leven draait en waar we een heel leven over doen om dat te ontdekken.
Johannes zegt dat Jezus ons God heeft doen kennen. Een God die wil dat wij zijn wereld verbeteren en met onszelf beginnen. Dat wij licht en warmte moeten verspreiden, om te beginnen in onze directe omgeving.
De mens heeft een vrije geest meegekregen, maar de geestelijke vrijheid die we hebben, benutten wij onvoldoende. Met de geest die we hebben meegekregen, kunnen we die krachten die in de logos, het woord, schuilen, in harmonie met elkaar brengen. Het Evangelie maakt er melding van en kerst is het moment waarop wij stil staan bij de geboorte van het idee dat wij daartoe in staat zijn.
Het kerstfeest van Johannes en Lukas is al negentien eeuwen voorbij. Er is goedbeschouwd maar één kerstfeest geweest en alle daarop volgende dagen waren gedachtenis dagen. Gedachtenis aan het begin, toen het Woord, de logos, bij God was en zonder dat woord niets is ontstaan en dat Woord, die logos, is leven, leven dat licht is voor mensen, dat schijnt in de duisternis en door die duisternis niet meer wordt gegrepen.
Johannes gebruikt dit beeld, het licht dat kwam in de wereld om de duisternis te verdrijven, voor de komst van Christus. Niemand heeft ooit God gezien, maar Jezus Christus heeft hem bekend gemaakt, aldus Johannes. En dit is de kern, de waarachtige boodschap van de komst van het licht: Dat licht moet centraal staan in ons leven en Jezus herinnert ons daaraan. Niet alleen bij kerst, maar op alle momenten in ons leven waarin de duisternis lijkt toe te slaan. Laat het ons tot steun zijn en toeverlaat zijn, zo dikwijls als wij dat nodig hebben.