Walkartgemeenschap Zeist, Kerkweg 19-23, 3701 Zeist
Mr. drs. Johan de Wit is onze voorganger. Hij is in Leiden en in Kampen opgeleid tot jurist en theoloog. Naar eigen zeggen heeft hij zijn theologische studie ervaren als een heel uitgebreide cursus algemene ontwikkeling.
De verbeelding waartoe de menselijke geest in staat is, blijft hem verwonderen en vanuit die verwondering spoort hij ons aan tot zelfonderzoek.
Alles begint en eindigt bij het kennen van jezelf en wat ons is overgeleverd uit de oude boeken en met name de leringen en uitspraken van Jezus helpen ons daarbij. Door het filter van de man uit Nazareth kunnen wij de wereld anders zien dan wij gewend zijn en dat is, aldus Johan de Wit, het grote geheim van religieus zijn.
De vrijzinnigheid is voor hem de enige geloofsrichting waarin het raadsel van de verhouding tussen God en mens en ons bestaan in deze wereld op een aanvaardbare en voorstelbare manier ter sprake gebracht wordt.
Kern van de overdenking
De eigenlijke vraag die Jezus in deze gelijkenis volgens mij stelt, is of wij geduld kunnen oefenen om de dingen te laten groeien. Want dat geduld hebben wij normaal gesproken niet. Net als de slaven uit de vertelling kunnen wij vaak niet wachten om wat wij als onkruid beschouwen uit de wereld te helpen en dat loopt maar al te vaak niet goed af.
Overdenking
Bijbeltekst: Matt.13:24-30
Matteűs geeft in de verzen 36-44 van dit hoofdstuk een uitleg van de betekenis van deze gelijkenis. Volgens die uitleg is het de mensenzoon die het goede zaad zaait en staat de akker voor de wereld. Het onkruid, dat zijn dan de kinderen van het kwaad en de vijand die het zaait is de duivel. De oogst staat voor de voleinding van de wereld en de maaiers zijn de engelen. Aan het einde der tijden zullen de kinderen van het kwaad in het vuur geworpen worden en de rechtvaardigen zullen in het koninkrijk van de Vader stralen in de zon.
Deze uitleg is ten zeerste tijdgebonden. Bijna 2000 jaar geleden stond het geloof aan God in het teken van straf en beloning. In het hiernamaals werd de slechten de hel bereid, maar kwamen de goeden in de hemel. Dat geloof past niet meer in het denkraam van de vrijzinnige mens van nu.
Ik veroorloof me dus om bij deze gelijkenis naar andere betekenissen te zoek dan Matteűs, die in zijn interpretatie aansluit bij de profetische voorzeggingen uit het OT.
De eigenlijke vraag die Jezus in deze gelijkenis volgens mij stelt, is of wij geduld kunnen oefenen om de dingen te laten groeien. Want dat geduld hebben wij normaal gesproken niet. Net als de slaven uit de vertelling kunnen wij vaak niet wachten om wat wij als onkruid beschouwen uit de wereld te helpen en dat loopt maar al te vaak niet goed af.
Denk aan het onkruidverdelgingsmiddel waarmee we de tuin te lijf gaan. Na verloop van tijd blijkt dat op sommige plekken teveel van dat middel is terechtgekomen en daar niets meer wil groeien. Op die plekken wil niets meer leven. Er is te veel gif opgehoopt en daar gebeurt gewoon niets meer. In de akkerbouw hebben de lessen uit het verleden ons geleerd wat er gebeurt als we de bodem willen zuiveren en alleen willen laten groeien wat ons nuttig voorkomt. Aanvankelijk gaat alles goed: de grond is zeer vruchtbaar, de oogsten zijn overvloedig. Maar gaandeweg ontstaat een situatie waarin steeds minder nuttige gewassen willen groeien en moeten we steeds meer verdelgingsmiddelen gebruiken en kunstmest, chemische middelen om de levende organismen die wij willen oogsten, te beschermen tegen andere levende organismen.
Sinds de laatste decennia van de vorige eeuw groeit bij ons het besef dat wij op die manier een kunstmatige wereld scheppen. We isoleren de nuttige gewassen met al deze bestrijdingsmiddelen, maar we verliezen daarbij uit het oog dat organismen op den duur alleen kunnen overleven in samenhang met andere organismen. In de biologische landbouw wordt een poging gedaan om die samenhang te herstellen en te benutten voor een opbrengst waarbij het accent niet in de eerste plaats ligt op de kwantiteit maar op de kwaliteit van het het geoogste product.
Laten we dit nu eens doortrekken naar wat de geschiedenis ons leert over het menselijk handelen. Daar zijn de nodige voorbeelden te vinden van wat er gebeurt als het ongeduld om alles wat als verkeerd en slecht beschouwd wordt, de overhand krijgt. In naam van het goede vinden meermalen de meest verschrikkelijke dingen plaats. De geneigdheid van mensen die de wereld willen zuiveren van alles wat naar hun ideologie als slecht en negatief gezien wordt, heeft ontstellend veel onheil gebracht. Hun fanatieke wil tot het goede heeft revoluties gebracht, heilige oorlogen, razzia's, uitroeiing van hele volken en vernietiging van alles wat van waarde is.
In naam van het goede en zuivere heeft de inquisitie geopereerd, in naam van het goede geven leiders van volken opdracht aan hun soldaten om opstanden bloedig neer te slaan en zij doen dit misschien ook nog wel met een zuiver geweten. Hun doelen heiligen alle middelen, ook het begaan van de gruwelijkste wreedheden.
En niet zelden begint het met godsdienst. Het spreken over God en het nadenken over de mogelijke bedoelingen van die God is in het algemeen voorbehouden aan een bepaalde klasse of stand van priesters en theologen. En hun uitgangspunten worden gevaarlijk als ze er de pretentie op na houden dat hun denken en hun ideeën logisch en in overeenstemming zijn met wat de bedoelingen van hun God zijn.
Tenslotte monden hun overtuigingen uit in een een stellige leer en ondubbelzinnige antwoorden die die leer eens en voor altijd bevriest en in steen beitelt. Wie die leer uit het hoofd leert en op gewenste tijdstippen kan nazeggen, is dan een vroom mens die er bij hoort. Maar als blijkt dat er ook mensen zijn die hun geloof op hun eigen persoonlijke wijze willen naleven en de regels van de gevestigde theologen niet willen naleven, is de reactie er in heel veel gevallen een van geweld. In onze tijd zien we dat bij de ayatollahs in Iran en in landen waar christenen of moslims worden vervolgd door rivaliserende groepen gelovigen. Het gebeurde in Scebrenica, het gebeurt in Myanmar en het gebeurt in Sri Lanka. De lijst is helaas nog veel langer dan ik hier weergeef.
In het NT is Jezus aan het woord. Hij wijst de traditionele manier waarover God gesproken wordt af en hij bestrijdt inzichten van de theologen van zijn tijd, onder andere die van de farizeeërs en de sadduceeën. Hij spreekt in zijn gelijkenissen heel anders. Hij neemt voorbeelden uit de dagelijkse praktijk en verbindt daaraan de vraag hoe wij als mensen reageren op zo'n voorbeeld. Het gaat hem er niet om om zijn gehoor iets te leren over feiten of gedachten, het gaat hem erom om zijn gehoor de ontmoeting met wat er in hun innerlijk leeft tot stand te brengen. Uit die ontmoeting met wat er werkelijk in hen leeft komt dan de herkenning met de grenssituaties van het menselijk bestaan. Je kunt het ook eenvoudiger zeggen: de gelijkenissen zijn spiegels van de ziel en Jezus houdt zijn toehoorders die spiegels voor.
Daar gaat het in wezen ook in deze gelijkenis om. Laat iets groeien voordat je de acties neemt waartoe je je gedrongen voelt. Met andere woorden: laat groeien wat zich in je ziel bevindt, in het onvoorwaardelijk vertrouwen dat het goede tenslotte overwint. Je mag het leven dat je is geschonken in alles vertrouwen, je mag bestaan in de overtuiging dat de wereld waarin je bent niet verkeerd geschapen is. Wat in je hart leeft verdient het om het de rust te geven waardoor het kan groeien. Er is geen verlangen, geen fantasie, geen wens die geen recht van bestaan heeft en dat is het fundament van levenskunst: niet uitroeien, niet bestrijden of weerstaan, maar laten groeien.
Misschien is juist het grote gevaar dat ons ongeduld om af te rekenen met wat kwaad is in onze ogen, juist het tegenovergestelde van het zuiver goede bewerkstelligt. Ook daarin kunnen we leren van de geschiedenis.
In alle revoluties hebben mensen het zuivere en het goede nagestreefd. Revolutionairen wisten heel precies wat vooruitgang zou brengen en wat de reactie hierop was. Zij wisten heel heel nauwkeurig wat de mensheid van morgen zou baten en wat het succes in de weg stond. Voor afvalligen, voor reactionairen, voor verraders stond het schavot klaar. Zij, de revolutionairen, konden niet snel genoeg in actie komen want de broederschap, de gelijkheid en de vrijheid, die grootse en heilige doelen, zij konden niet snel genoeg verwezenlijkt worden. Maar als we die idealen onvoorwaardelijk nastreven, dan worden het onbarmhartige idealen. Zij worden wreed en scheppen een ideologie die uitmondt in terreur.
Wij kunnen met mensen nu eenmaal niet omgaan alsof ze bestaan uit nuttige planten en onkruid, als planten die eetbaar zijn en oneetbaar. Als we denken dat we het verschil tussen de goeden en de slechten heel duidelijk kunnen zien en we daar puur rechtlijnig mee omgaan, dan vergissen we ons gruwelijk en richten we alleen maar schade aan.
De bijbel zelf bevat een fantastisch verhaal over de gevolgen van rechtlijnig en onbarmhartig handelen door God zelf. God, zo zegt het verhaal, keek naar de wereld en was vervuld met wrevel over wat hij zag. De wereld beviel hem volstrekt niet, want die wereld was door mensen bedorven. En God was hier zo vertoornd over dat hij het liet regenen om de wereld schoon te wassen en te reinigen van die mislukte mensen. De zondvloed brak los. Het is het bijbelse voorbeeld van de rechtlijnigheid van God en de gevolgen daarvan. God treedt hier volkomen ondubbelzinnig op en handelde helemaal overeenkomstig zijn ideaal. Hier is sprake van een God die niet toelaat dat de wereld voor meer dan een uitleg vatbaar is, die niet accepteert dat het kwaad vaste wortel schiet.
Dit verhaal gaat nog een heel hoofdstuk door. En dan, zo zegt de bijbel, krijgt God spijt van wat hij gedaan heeft en hij besluit nooit meer een zondvloed over de aarde te zenden. Hij stelt zijn vertrouwen in Noach, wiens naam rust betekent en stelt hem in staat om een nieuw begin te maken.
Als mensen zijn wij steeds onderweg, zijn we voortdurend aan het zoeken, wij zijn niet volmaakt, wij zijn wezens met gevoel, wij zijn niet zuiver geestelijk, we tasten om ons heen en balanceren maar al te vaak tussen dwaasheid en waarheid. Wij leven niet in een voorspelbare wereld met een zuivere orde die zich volgens een ijzeren wet telkens opnieuw reproduceert. De schepping waarin wij staan is een smeltkroes van steeds weer terugkerende wisselwerkingen tussen alles en alle dingen. Het leven brengt spanningen met zich mee en je kunt die spanningen niet opheffen door alles uiteen te rafelen en te sorteren naar goed of kwaad.
De vraag van Jezus is ten diepste wat ons de kracht geeft om het uit te houden en met een lange adem met deze wereld op weg te gaan. Als het juist is dat er geen goed is zonder kwaad, dat naast de graanhalm ook onkruid opgroeit, dan moeten we het laten groeien en het aan het verloop van de tijd overlaten wat daaruit moet worden. Bij geen echt menselijk probleem is het een kwestie van alleen maar zwart of wit, goed of kwaad, juist of verkeerd.
De beslissing tussen goed of kwaad kun je niet nemen als je geen geduld hebt. Je kunt het leven niet sturen met snelle handelingen die het kwaad moeten uitroeien tegen elke prijs. Je kunt pas in actie komen als je hebt kunnen zien in hoeverre het onkruid dat je niet wenst, de oogst die je voor ogen stond bederft. Daar is geduld voor nodig en dat geduld moeten wij ons aanleren als we met ongewenste ontwikkelingen te maken krijgen. Dat is voor mij de kern van deze gelijkenis over het onkruid in het korenveld.